Cathérine

Overzicht compagnonsSpreek af met deze compagnon

Amper vier minuten. In de ogen kijken van een volstrekt onbekend persoon.
In dit experiment (Arthur Aron) transformeert kwetsbaarheid in toenadering. Toenadering in een verhaal. Verhaal in connectie.

In de lente van vorig jaar, volle pandemie, schreef ik gemis en verlies  van me af.

‘De zeldzaamheid laat je missen. Ik mis mensen. Bekenden en onbekenden. Gezichten. De specifieke geur van iemand. Het parfum van een voorbijganger, dat je even achterom doet kijken of laat wegdromen. Glimlachen. Ja, die ene glimlach van dat kind of die man of vrouw, die je dag goed maakt. Of het praatje dat je maakt met een totaal onbekende.’

Plots stond iedereen stil bij verlies en gemis. Missen. Het vraagt verdriet om te weten wat gelukkig zijn is, oorverdovend lawaai om destilte te appreciëren, afwezigheid om aanwezigheid te voelen. Zo heeft iedereen zijn verhaal. Elk verlies is anders.

Mijn verhaal is er een van op mijn buik in het gras sproetjes op het gezicht van mijn kinderen tellen, van hardlopen in de regen maar dan vooral in mijn dromen, van glitterschoentjes die me tot in de vroege uurtjes meevoerden op salsa muziek, van een piano die ik niet meer durf aan te raken, van een zee om kopje onder in te gaan en even in te verdwijnen om nadien naar adem happend terug in boven te komen.
Het is een verhaal van 'leven'.

Kunst, muziek, schrijven, sport en wiskunde maken wie ik ben. Ik studeerde dan ook af als musicologe. Samen met dat diploma kreeg ik de diagnose Multiple Sclerose. Die dag staat in mijn geheugen gegrift. Net als de dagen waarop mijn kinderen geboren werden. Als voltijdse mama werd ik naast musicologe ook salsa lerares en muziek docent. Momenteel volg ik een opleiding als life coach. Ik wil mensen graag helpen zichzelf te vinden en te realiseren.

Met MS door het leven gaan, is geen evidentie. Je krijgt weerstand op maatschappelijk, professioneel, emotioneel en relationeel vlak. Maar je vecht vooral tegen jezelf. Tegen de verwachtingen van anderen en hoe jij daar soms niet aan voldoet. En toch is mijn verhaal er een van vallen en opstaan, lachen en huilen, omarmen en wegduwen maar vooral van ‘leven’. Leven in die zin dat twee krukken in je handen je soms laten huilen om de tien kilometer die je niet meer kan lopen maar je plots wel de ervaring geven gedragen te worden door de gespierde armen van de straatwerker die je in de modder zag ploeteren.

Die momenten waarop ogen elkaar ontmoeten, verhalen worden gehoord en connectie ontstaat, zijn de mooiste. Want hoeveel mensen heb je nodig voor mensheid? Twee. Iemand met sproeten, en iemand die ze telt.

Ik wil graag die twee ogen zijn die toenadering zoeken, die schouders waarop je even veilig de zee kan aanschouwen, die persoon die je verhaal graag wil horen. Omdat connectie onmisbaar is.