Mira over verlies van een kind: “Sam is gestorven maar hoort bij het gezin”

An Candaele, De Bond 26 juni 2019

                                                                                                                 

Vijf jaar geleden was zangeres Mira voor het eerst zwanger. De vreugde werd overschaduwd door slecht nieuws en bang afwachten. Op zes maanden werd de zwangerschap afgebroken om medische redenen. Er volgde een loodzware rouw waarbij muziek soms een beetje troost bracht. Voor de Gezinsbond werkt Mira nu aan een voorstelling met liederen over verlies uit de hele wereld.

We hebben afgesproken bij Mira thuis in Mortsel. Bij het binnenkomen wordt mijn blik naar de tuin getrokken. Beschut door een boomkruin, staat een kleine kerselaar, geplant als aandenken aan dochtertje Sam. In de slaapkamer een hoekje met tastbare herinneringen: een doos met kaartjes, fotoalbum, kaarsje, kleertjes, afdrukken van de voetjes en de urne.

Slecht nieuws

“De zwangerschap was heel gewenst. Wannes en ik waren helemaal klaar om mama en papa te worden”, begint Mira haar verhaal. “Op drie maanden – het moment dat we het heuglijke nieuws wilden gaan rondbazuinen – bleek dat er een hartslagader ontbrak. Dat kon nog komen, zei de dokter. Het was bang wachten tot de punctie in de vijftiende week. Een aantal chromosomale afwijkingen werd daarbij uitgesloten, voor resultaten over het hartje moesten we nog eens drie weken wachten.”

“Enkele weken later was de ontbrekende hartslagader er wel, maar heel klein. Dat betekende een operatie meteen na de geboorte. De artsen hadden vertrouwen in een goede afloop. Wij wisten dat dit kindje niet ‘perfect’ geboren zou worden, maar waren vastberaden er zo goed mogelijk voor te zorgen.”

Voorzichtig genieten?

“Ik was vijf maanden ver en kon eindelijk voorzichtig van de zwangerschap genieten. Tot een volgende echo liet zien dat Sam niet goed groeide. Een operatie bij de geboorte zagen de dokters in dat geval niet zitten. Het zou een opeenstapeling van problemen meebrengen waaronder hersenschade. Ze stelden een zwangerschapsafbreking voor, tenzij Sam de drie volgende weken een groeispurt zou maken.

Verschrikkelijk wachten

“Het wachten in die weken was verschrikkelijk. Wat zou er gebeuren? Dokters zijn op zo’n moment je enige leidraad. Bij het volgende onderzoek kwam de klap: de prognose was uiterst negatief. Sam zou van bij de geboorte met angst en pijn geconfronteerd worden zonder uitzicht op een goed leven. Voor ons was het de grootste daad van liefde die we konden stellen om haar hartje te laten stilleggen zodat ze niet moest lijden”

“We hebben ons vergist”

Het moment van de ingreep zullen we nooit helemaal kunnen verwerken, zo tegennatuurlijk. Meteen daarna is de bevalling ingeleid en werd Sam dood geboren. Een baby met alles erop en eraan: vingertjes, teentjes, mooie haartjes… ‘We hebben ons vergist’, schoot het door mijn hoofd. Ook al wist ik dat het ‘defect’ niet zichtbaar was, maar vanbinnen zat.”

“Ik hoopte ook de hele tijd dat ze wakker zou worden, je weet dat dat niet kan, maar je gevoel gaat alle kanten uit. Hoe hard het ook was, het is zo belangrijk dat we die korte tijd met haar ten volle konden beleven. Het ziekenhuis spoorde ons aan haar vast te pakken en veel foto’s te nemen en het Berrefonds had kleertjes op maat van Sam. Het is zalvend als je kindje zo respectvol behandeld wordt.

Kaartje voor geboorte én overlijden

We hebben familie en vrienden een kaartje gestuurd om geboorte en overlijden te melden. De sociale dienst van het ziekenhuis raadde aan het te doen zoals wij het wilden, en ons niet te veel af te vragen wat anderen daarvan vonden. Ik ben dat als leidraad blijven nemen. Door onze openheid lieten mensen hun schroom om te reageren varen.  We hebben veel deugddoende kaartjes en mails gekregen.”

Recht om te rouwen

“Overrompeld door ontwrichtende emoties dacht ik dat ik gek werd. Jammer dat er ons, tijdens het hele proces vooraf en na de bevalling, niemand de weg wees naar gepaste psychologische hulp. Een arts bood een kalmeringsmiddel aan, daar moesten we het mee doen.

Ik had moederschapsrust waardoor ik me niet moest verantwoorden dat ik niet aan het werk was. Mijn enige verantwoordelijkheid was voor mezelf te zorgen. Het is zo belangrijk dat de maatschappij je dat recht geeft.”

“Rouw is heel complex en bij ons kwam daar nog een soort schuldgevoel bovenop. De vraag ‘Wat als we niet hadden ingegrepen?’ zal ons leven lang wel af en toe de kop opsteken. Bij Fara, een organisatie uit Leuven die bezig is met zwangerschaps’keuzes’ vonden we de psychische ondersteuning die we nodig hadden. Iedereen die ermee te maken heeft zou die hulp aangereikt moeten krijgen.”

Muziek als troost

“In muziek kon en kan ik veel kwijt. Ik maakte nummers over Sam, waar het publiek zijn eigen verhaal in kan voelen.  Persoonlijke maar met universele kracht. Ik heb zelf ook troost geput uit muziek van anderen.  Het liedje ‘Avenue’ van Agnes Obel bijvoorbeeld, waarin ze zingt:What is wrong when right is out of sight?’ Er was geen goeie afloop mogelijk, we moesten het minst slechte proberen te kiezen.

‘In die periode is het idee ontstaan voor een voorstelling met liederen over verlies. Dat kan ik nu in het project van de Gezinsbond uitwerken. Sommige culturen gaan heel anders om met verlies, minder krampachtig. Dat is inspirerend omdat wij soms handvaten missen.

‘Ik zal een selectie brengen van gekende liederen, maar het publiek ook nieuwe dingen laten ontdekken. Bij de keuze laat ik me leiden door muziek waar ik mijn eigen verlies en rouw in herken. Liederen waarin bijvoorbeeld het leven van de overledene wordt gevierd, zullen er niet echt inzitten, wie zijn kindje verliest rond de geboorte heeft immers geen herinneringen aan hoe ze was. Het is deel van de pijn dat haar geen léven gegund geweest is.”

Zegeningen tellen

“Ik heb een manier gevonden om Sam in mijn leven te brengen en kan daarmee voort. Ik zal altijd haar naam blijven noemen: ze hoort bij ons gezin. Toen Otto geboren werd, vroeg de vroedvrouw: ‘En, lijkt hij op zijn zus?’ Dat iemand weet dat je op zo’n moment heel erg aan je gestorven kindje terugdenkt en dat gewoon vraagt doet deugd. En we zàgen ook heel erg Sam in ons zoontje.

‘Ik ben nu meer bestand tegen onzekerheid dan voorheen. Sam verliezen was keihard, maar ik leef nog, ik heb het aangekund en ik heb daarna twee gezonde jongens gekregen. Sinds de dood van Sam tel ik ook veel meer mijn zegeningen. Het is niet vanzelfsprekend dat de jongens gezond zijn.  Soms overvalt me de angst dat ook hen iets kan overkomen, maar ik laat dat niet de overhand nemen. Ik koester ons geluk.”